direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: Beaphar te Raalte
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0177.BP20100012-0003

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven behorende tot ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en bijbehorende kantoorruimte, ter plaatse van de aanduiding bedrijf tot en met categorie 2;
  • b. bedrijven behorende tot ten hoogste categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en bijbehorende kantoorruimte, ter plaatse van de aanduiding bedrijf tot en met categorie 3.1;
  • c. bedrijven behorende tot ten hoogste categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en bijbehorende kantoorruimte, ter plaatse van de aanduiding bedrijf tot en met categorie 3.2;

met dien verstande dat:

  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1' zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan ten behoeve van het vervaardigen van voer voor huisdieren, voor zover voorkomend in de categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met SBI-code 1571;
  • e. bedrijven van een naast hogere categorie toelaatbaar zijn voor zover zij wat betreft de aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de onder a toegestane bedrijven;
  • f. bedrijven die krachtens artikel 2.1 sub 3 van het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen als inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, niet zijn toegestaan;
  • g. risicovolle inrichtingen, zoals bedoeld in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen zoals dit luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, niet zijn toegestaan;

met de daarbij behorende:

  • h. erven en terreinen;
  • i. straatmeubilair;
  • j. groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • k. openbare nutsvoorzieningen;
  • l. verkeers- en verblijfsgebieden en parkeervoorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

 

3.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
  • c. de goot- en/of bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven, met uitzondering van een schoorsteen waarvan de maximale bouwhoogte 18 meter mag bedragen.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen;
  • b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het op de kaart aangegeven bouwvlak mag de hoogte van de hoofdbebouwing niet overschrijden, met uitzondering van (reclame-)masten en verlichtingsarmaturen, waarvan de maximale hoogte 12,00 meter bedraagt;
  • c. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het op de kaart aangegeven bouwvlak mag voor (reclame-)masten en verlichtingsarmaturen, maximaal 10,00 meter bedragen.

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de milieusituatie;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4 Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1 sub c, teneinde een hoogte van gebouwen tot maximaal 15,00 meter toe te staan.

3.5 Specifieke gebruiksregels
  • a. Op eigen terrein dient te worden voorzien in ruimte voor het laden en lossen.
  • b. Op eigen terrein dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte van zowel eigen medewerkers als bezoekers.
  • c. Voor wat betreft het bepaalde in artikel 3.1 onder d geldt dat de 'specifieke vorm van bedrijf - 1' uitsluitend is toegestaan voor zover de activiteiten wat hinder, aard en omvang betreft, vergelijkbaar zijn met de milieueffecten van bedrijfsactiviteiten die vallen onder categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van de vestiging van een bedrijf of een gedeelte ervan en het gebruik van grond en de opstallen hiervoor in een hogere categorie, dan wel voor een bedrijf dat niet op de Staat van Bedrijfsactiviteiten voorkomt, mits het bedrijf aantoont dat de activiteiten, wat hinder, aard en omvang betreft, toelaatbaar zijn op de gewenste locatie en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu.